Vrouwelijk geslacht: een biologisch aspect van seksualiteit

Vrouwelijk geslacht is het door hormonen aangedreven fysieke proces dat een vrouw in staat stelt om te bevruchten en eicellen te ontwikkelen en tegelijkertijd een zich ontwikkelende foetus te voeden. Het vrouwtje is letterlijk het meest vruchtbare geslacht van een dier dat vrouwelijke eicellen produceert, dat wil zeggen het chromosoom dat samensmelt met het mannelijke sperma tijdens normale seksuele voortplanting. De meeste vrouwelijke zoogdieren, zoals vrouwelijke mensen, hebben maar één X-chromosoom, terwijl de X- en Y-chromosomen alleen bij mannen voorkomen. Bij sommige vogelsoorten zijn er vrouwelijke en mannelijke soorten met twee X-chromosomen, terwijl de hybriden die in het wild voorkomen volledig vrouwelijk zijn en zowel twee X-chromosomen als een mannelijk Y-chromosoom hebben.

Sommige seksueel geïdentificeerde aandoeningen bij vrouwen zijn de aanwezigheid van intersekse of chromosoomafwijking, wat verwijst naar de aanwezigheid van een Y-chromosoom en een X- of mannelijk chromosoom in de voortplantingscellen van dezelfde persoon. De term "intersekse" wordt niet gebruikt in de wetenschappelijke gemeenschap tenzij verder onderzoek is gedaan om het bestaan van intersekse bij mensen te bevestigen. Sommige intersekse-aandoeningen kunnen ook worden veroorzaakt door afwijkingen op het Y-chromosoom.

Vrouwelijk geslachtskenmerk is aanwezig bij de geboorte. De meeste vrouwen hebben X- en Y-chromosomen, terwijl mannen alleen de X hebben. Wanneer het Y-chromosoom niet goed functioneert, kan dit aandoeningen zoals onvruchtbaarheid veroorzaken, terwijl de aanwezigheid van de X de ontwikkeling van het mannelijke voortplantingssysteem veroorzaakt. Het is echter nog steeds niet duidelijk hoe deze twee gameten samensmelten en zich ontwikkelen tot de onderscheidende kenmerken van het vrouwelijke voortplantingssysteem.